• beginnen met behandelingen
  • behandeling met medicijnen
  • chirurgische behandeling
  • geassisteerde voortplanting
    • overzicht van ART
    • IUI
    • IVF
      • de IVF behandeling
      • geschikte kandidaten
      • overwegingen
      • risico's
      • succes percentages
      • een vruchtbaarheidskliniek kiezen
    • ICSI
    • gebruik van donoren
    • draagmoederschap
    • hulpverleners
    • erfelijkheidsonderzoek

de IVF behandeling

In vogelvlucht bestaat de IVF-behandeling uit de volgende fasen:

  • Stimulatie van de eierstokken
    Voor een IVF-behandeling zijn meerdere eicellen nodig om de kans op bevruchting zo groot mogelijk te maken. De eierstokken worden door middel van medicijnen gestimuleerd om meerdere cellen te laten rijpen.

  • Opzuigen van de eicellen (punctie)
    Wanneer de eicellen rijp zijn, worden ze uit het lichaam gehaald. Dit gebeurt meestal door middel van een punctie via de schede.

  • Bevruchting
    Nadat de eicellen uit de eierstokken zijn opgezogen, worden ze in het IVF-laboratorium met de zaadcellen samengebracht, waardoor een bevruchting kan plaatsvinden.

  • Terugplaatsing van de bevruchte eicellen in de baarmoeder (embryotransfer)
    Als de bevruchting heeft plaatsgevonden, worden meestal twee dagen na de punctie 1 of maximaal 2 embryo's in de baarmoeder teruggeplaatst.

  • De uitslag
    Na 2 weken weet u of de behandeling in aanleg gelukt is.
  • voorbereiding
  • behandelschema
  • controles
  • punctie
  • bevruchting
  • terugplaatsing (embryotransfer)
  • ingevroren embryo’s (“cryopreservatie”)

voorbereiding

Zodra u op de wachtlijst staat zal een uitgebreid intake-gesprek volgen. Naast de schriftelijke informatie die u mee krijgt over de IVF behandeling, zal u tijdens dit gesprek ook mondelinge uitleg krijgen en heeft u de gelegenheid om eventuele vragen te stellen. Het is belangrijk dat alles voor u beiden duidelijk is voordat u daadwerkelijk aan de behandeling gaat beginnen. U krijgt verder uitleg over de verschillende medicijnen die u moet gaan gebruiken en indien nodig wordt u aangeleerd hoe u deze medicijnen moet toedienen.

Er zal ook worden besproken welke vooronderzoeken moeten plaatsvinden. Hierbij kan u denken aan bijvoorbeeld extra bloedonderzoek (naar infectieziekten of hormoononderzoek) of eventueel aanvullend zaadonderzoek. Bij kandidaten voor een ICSI behandeling wordt vaak ook aanvullend erfelijkheidonderzoek (chromosomen onderzoek) verricht via bloedafname bij de man.Verder zal u informatie krijgen over de dagelijkse praktijk in uw kliniek, het is essentieel dat u weet wie u wanneer kan bereiken als er vragen of problemen zijn.

De IVF-behandeling neemt niet alleen veel tijd in beslag, maar vergt ook een behoorlijke flexibiliteit. Het verloop en duur van de stimulatie valt niet precies te voorspellen, waardoor vervolgcontroles en ook de dag van de punctie pas kort van tevoren gepland kunnen worden. Het is belangrijk dat u hier tijdens de behandelingsmaand rekening mee houdt.

naar boven

behandelschema

Er zijn verschillende soorten en merken medicijnen die u voorgeschreven kan krijgen. Welke medicijnen u krijgt zal afhangen van uw specifieke situatie maar ook van het beleid van de kliniek. In ieder geval moet tijdens de IVF cyclus eerst uw eigen hormoonproductie worden onderdrukt. Hier zijn verschillende methodes voor. Dit is belangrijk omdat de kans dat de eicellen spontaan vrijkomen zo klein mogelijk gemaakt moet worden.

Daarna begint u met de dagelijkse injecties om de eierstokken aan te zetten tot de productie van meerdere eicellen. Er wordt hierbij gestreeft naar ongeveer 10 (5 - 15) eicellen. Vooraf wordt een inschatting gemaakt van de hoeveelheid medicijnen (dosering) die hiervoor nodig is. Houdt u er echter rekening mee dat van te voren niet altijd te voorspellen is hoe de eierstokken zullen reageren. Bij teveel eicellen kan het zijn dat uw behandeling moet worden afgebroken. Bij een matige reactie kan de dosering soms nog tijdens de behandeling worden opgehoogd, maar bij onvoldoende eicellen kan een behandeling ook worden afgebroken. Hoe teleurstellend dit bericht ook voor u zal zijn, kan deze informatie wel weer voor een eventuele volgende IVF behandeling gebruikt worden.

Het is niet altijd zo dat een afgebroken IVF cyclus ook meegerekend wordt als “poging” voor uw verzekering; vraag van te voren aan uw arts wanneer dit wel of niet het geval is.

naar boven

controles

In de eierstok bevinden de eicellen zich in met vocht gevulde eiblaasjes. De grootte van de eiblaasjes (follikels) is een maat voor de rijpheid van de eicellen. Tijdens de behandeling zal u frequent controles krijgen op de polikliek. Met behulp van de vaginale echoscopie kan de reactie van de eierstokken op de medicatie worden gevolgd. De grootte van de eiblaasjes en de dikte van het baarmoederslijmvlies worden bij elke controle gemeten zodat het juiste moment voor de punctie bepaald kan worden. Ook kan er bloed worden afgenomen om de hormoonspiegels te meten.

naar boven

punctie

Wanneer de eicellen bijna rijp zijn, wordt de laatste fase van de ei-rijping kunstmatig op gang gebracht door middel van een injectie met menselijk choriongonadotrofine (Human Chorionic Gonadotropin - HCG). Het is erg belangrijk dat u deze injectie correct en exact op het aangegeven tijdstip zet. Deze injectie zorgt voor de laatste uitrijping van de eicel zodat hij los in het eiblaasje komt te liggen. De eicellen worden 35 uur nadat u de injectie heeft gekregen uit het lichaam verwijderd door middel van een punctie. Dit kan alleen gebeuren als de laatste uitrijping is voltooid, maar er mag nog net geen eisprong zijn opgetreden. Het tijdstip van de punctie wordt daarom nauwkeurig bepaald.

Het aanprikken van eiblaasjes heet follikelpunctie. Het aanprikken gebeurt via de vagina met behulp van de vaginale echoscopie die u al kent van de controles. Meestal krijgt u hiervoor een verdoving die per kliniek kan verschillen. De vaginale echoprobe wordt steriel ingepakt en voorzien van een dunne naaldhouder. Via deze naaldhouder wordt vervolgens een speciale holle naald ingebracht. Met behulp van echoscopie worden de eiblaasjes in beeld gebracht. Ook de punt van de naald is zichtbaar op het beeldscherm. De eiblaasjes worden één voor één met de naald aangeprikt en leeggezogen. U kunt zelf de procedure volgen via het beeldscherm.

De eicellen en omringende vloeistof worden in een buisje gezogen dat vervolgens naar het embryolaboratorium gaat. Voor de totale ingreep wordt meestal een half uur gepland, waarbij de meeste tijd nodig is voor de voorbereiding. De punctie zelf duurt ongeveer vijf tot tien minuten, onder andere afhankelijk van het aantal en de ligging van de eiblaasjes. Of er bij de punctie eicellen zijn verkregen, en hoeveel het er zijn, hoort u pas nadat de embryoloog de verkregen vloeistof heeft kunnen onderzoeken. Het aantal eicellen kan lager zijn dan verwacht werd op basis van het aantal aangeprikte eiblaasjes. Dit kan omdat niet alle blaasjes een eicel bevatten en soms zijn de eicellen nog niet voldoende uitgerijpt.

De pijn of ongemak bij de punctie wisselt per patiënt maar is meestal goed te verdragen. Ook kan u na afloop nog wel enige last ondervinden. Het is daarom verstandig om deze dag geen andere afspraken te maken. Net zoals elke medische ingreep heeft ook de punctie een kleine kans op complicaties. Bloedingen en infecties zijn twee mogelijke complicaties, maar tamelijk zeldzaam. De herstelperiode is over het algemeen kort.

naar boven

bevruchting

In het embryologisch laboratorium wordt gezocht naar eicellen in de vloeistof die uit de eierstok werd verwijderd. De eicellen worden ingedeeld naar gelang hun rijpheid, om te zien of ze gereed zijn voor bevruchting. Als vers sperma wordt gebruikt, wordt de mannelijke partner gevraagd om sperma in te leveren. Vervolgens wordt een semenanalyse uitgevoerd en wordt het monster gewassen met een speciale oplossing van voedingsstoffen om het meer beweeglijke sperma te isoleren. Het bevruchtingsproces vindt plaats in het laboratorium. Welk proces exact wordt gebruikt, hangt af van de kliniek en van het betreffende type onvruchtbaarheid. Bij standaard IVF wordt het sperma in het schaaltje met de eicel geplaatst.

  • Binnen 18 uur kan de embryoloog bepalen of bevruchting heeft plaatsgevonden.
  • Binnen 24 tot 72 uur kan de embryoloog bepalen of het embryo groeit.

De zaadcellen en de eicellen worden geplaatst in groeimedia, speciale voedingsoplossingen die zaadcellen en eicellen maximaal in staat stellen om te bevruchten of bevrucht te worden. Bij conventionele IVF wordt elk schaaltje met een eicel gevuld met ten minste 50.000 zaadcellen. In het laboratorium krijgt de eicel en vervolgens het bevruchte embryo gedurende 2 - 5 dagen de gelegenheid om te groeien en zich in meerdere cellen te delen. Dit noemt men een embryocultuur.

naar boven

terugplaatsing (embryotransfer)

Na de punctie krijgt de vrouw vaak medicijnen voorgeschreven om de baarmoeder voor te bereiden op de terugplaatsing van embryo’s. De terugplaatsing vindt gewoonlijk plaats twee tot drie dagen na de bevruchting. Er zijn speciale criteria waarop de kwaliteit van een embryo in het laboratorium beoordeeld kan worden. Vaak worden ze in verschillende kwaliteitscategorieën ingedeeld. Een goede of perfecte kwaliteit kan vertaald worden als een embryo waarvan de embryoloog inschat dat het een goede kans heeft op innesteling. Echter, embryo’s kunnen gewoonlijk alleen worden beoordeeld op uiterlijke kenmerken en dit zegt niet altijd alles. In zeldzame gevallen kan vóór de terugplaasting nader onderzoek naar het erfelijk materiaal van het embryo plaatsvinden. Indien een embryo als “slecht” wordt bestempeld, is de theoretische kans op innesteling welliswaar kleiner, maar sluit innestelling niet uit. Als zo’n embryo toch innestelt kan het zich verder ontwikkelen tot een normale zwangerschap en een gezonde baby.

Het beste embryo, of maximaal de 2 beste embryo’s, worden geplaatst in de baarmoederholte van de vrouw. De embryo’s worden teruggeplaatst in de baarmoeder door middel van het inbrengen van een klein slangetje (catheter) via de baarmoederhals. De baarmoederdiepte wordt vooraf gemeten om de juiste plaats voor terugplaatsing te kunnen bepalen.

Het terugplaatsen van meerdere embryo’s geeft echter ook een groter risico op meerlingen. Door middel van een strikter terugplaatsingsbeleid (zie onder) wordt geprobeerd om het aantal twee –en meerlingen zoveel mogelijk te beperken vanwege de vergrote kans op complicaties. Het maximale veilige aantal hangt af van de leeftijd van de vrouw, de kwaliteit van de embryo’s en het succespercentage van het betrokken programma. In Nederland worden meestal maximaal twee embryo’s teruggeplaatst.

Tegewoordig wordt het embryo soms ook pas teruggeplaatst na vijf tot zes dagen. Het embryo heeft dan meer tijd gehad om zich verder te ontwikkelen, en wordt dan een blastocyste genoemd.

Tijdens deze extra tijd kunnen embryologen de embryo’s met de beste kwaliteit voor de terugplaatsing beter bepalen en selecteren. Door minder embryo’s over te zetten, maar van een betere kwaliteit, worden de kansen op succes verbeterd en wordt het risico van een meerling zwangerschap beperkt. Aangezien natuurlijke selectie kan plaatsvinden, groeien niet alle embryo’s die het bevruchtingsproces beginnen uit tot een blastocyste. Gemiddeld ontwikkelt 40 tot 50% van de bevruchte embryo’s zich verder tot blastocysten.

naar boven

ingevroren embryo’s (“cryopreservatie”)

Zijn er meer bevruchte eicellen dan het aantal wat wordt teruggeplaatst, dan kunnen de overgebleven embryo’s mogelijk in het laboratorium worden ingevroren. Invriezen is slechts mogelijk bij embryo's van goede kwaliteit. De embryo’s moeten kunnen worden ingevroren en na ontdooien terugplaatst kunnen worden in een latere cyclus. Er is om deze reden een strenge selectie waardoor slechts 10-15% van de overgebleven embryo’s van voldoende kwaliteit zijn om ingevroren te kunnen worden. Hiertoe tekent u een zogenaamd "invriescontract" met het laboratorium, waarin de voorwaarden voor bewaren zijn opgenomen. Aan het begin van de IVF behandeling wordt bloedonderzoek bij u en uw partner uitgevoerd naar bepaalde infectieziektes. Bestaat er bij u of uw partner een infectie, dan zullen er geen embryo’s worden ingevroren om besmetting te voorkomen.

De ingevroren embryo’s kunnen na ontdooien worden teruggeplaatst in een gewone menstruatiecyclus of in een zogenaamde “cryo-cyclus” waarbij de vrouw hormoontabletten krijgt om de baarmoeder voor te bereiden op een eventuele innesteling. U moet er echter wel rekening mee houden dat, wanneer de embryo's eenmaal zijn ontdooid en de kwaliteit onvoldoende is, ze niet meer geschikt kunnen zijn voor een terugplaatsing.

De succeskans van het terugplaatsen van ingevroren embryo’s is weliswaar lager dan bij terugplaatsing van “verse” embryo’s, maar het is toch een extra kans met een minimale belasting voor de vrouw. Deze zogenaamde "cryobehandeling wordt door de verzekering vaak niet meegerekend als een aparte IVF procedure, maar informeer vooraf naar de vergoedingen in uw situatie. Het is een persoonlijke zaak hoe u en uw partner tegenover het invriezen en bewaren van embryo’s staan. De ethische aspecten zijn soms een bron van discussie en het is belangrijk om onderling overeenstemming te bereiken over of u van deze gelegenheid gebruik zou willen maken voordat u start met een IVF/ICSI behandeling.

naar boven

Zoek de dichtsbijzijnde IVF kliniek bij u in de buurt
Voorbereid zijn
Handige tips om u door uw behandeling heen te leiden
Bent u hiervoor verzekerd?
Helderheid in vergoedingen bij vruchtbaarheids- behandelingen
  • Disclaimer |
  • Persoonsgevensverklaring |
  • Contact |
  • Site map
© Copyright 2011 Merck Sharp Dohme Corp., een dochteronderneming van Merck Co., Inc., Whitehouse Station, N.J., U.S.A.