ICSIICSI staat voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie. Het is een bijzondere vorm van IVF. Deze variant op de “gewone” IVF procedure wordt sinds 1992 uitgevoerd. procedureDe ICSI behandeling is eigenlijk een IVF procedure waarbij een extra handeling in het laboratorium moet worden verricht. Het verschil zit namelijk alleen in de manier van samenvoegen van zaadcellen en eicel. Voor een IVF behandeling worden vele (ten minste enkele tienduizenden) goed beweeglijke zaadcellen in het bakje met een eicel gebracht in de hoop dat er een zaadcel op eigen kracht een eicel kan binnendringen. Bij ICSI wordt een geselecteerde zaadcel direct in de eicel gebracht. Vanwege het feit dat bij ICSI de zaadcel de eicel-weliswaar kunstmatig- is binnengedrongen is de kans op bevruchting toch groot. De resultaten van ICSI zijn goed, dat wil zeggen dat het percentage bevruchte eicellen en het zwangerschapspercentage zijn even hoog zijn als na een 'gewone' IVF-behandeling. wie komt voor ICSI in aanmerking?Het voordeel van ICSI is dat er maar één geschikte zaadcel per eicel nodig is, waardoor deze methode een uitkomst bleek te zijn voor paren waarbij de zaadkwaliteit onvoldoende (minder dan 1 miljoen bewegende zaadcellen per ejaculaat) bleek te zijn om een IVF procedure te starten. Daarnaast wordt ICSI toegepast als bij een eerdere IVF procedure geen of nauwelijks bevruchting van de eicellen is opgetreden. Een ICSI behandeling heeft geen toegevoegde waarde voor paren die voor de reguliere IVF behandeling in aanmerking komen. voorbereidingDe gehele ICSI behandeling is voor de vrouw identiek aan de IVF procedure. Voor de man is soms alleen de voorbereiding iets uitgebreider, aangezien er vaak vooraf een extra zaadonderzoek noodzakelijk is. Naar aanleiding van de uitslag van het aanvullende zaadonderzoek wordt er door het laboratorium geadviseerd of er een “gewone” IVF behandeling kan plaatsvinden of dat er meteen een ICSI behandeling ingepland moet worden. Daarnaast kan er soms een extra bloedonderzoek worden verricht om erfelijkheidsonderzoek te laten verrichten. Mannen met minder dan 1 miljoen bewegende zaadcellen per ejaculaat worden nagekeken op het voorkomen van erfelijke vruchtbaarheidsstoornissen. Dit gebeurt omdat deze afwijking via ICSI ook weer doorgegeven kan worden aan mannelijke nakomelingen. Wordt er een afwijking gevonden, dan vindt eerst een gesprek plaats met een erfelijkheidsdeskundige. behandelingHet medicijnschema bij een ICSI-behandeling is gelijk aan dat van een 'gewone' IVF-behandeling, en ook de controle van de follikelgroei door middel van echoscopie en de follikelpunctie gebeuren op dezelfde wijze. Het sperma wordt gewassen in een speciale oplossing die het voorbereidt op het moment van de bevruchting. Bij ICSI wordt per eicel een geschikte zaadcel gezocht door de laborant. Deze geselecteerde zaadcel wordt onder de microscoop in een zeer dun glazen naaldje opgezogen en kunstmatig in één van de eicellen ingebracht. Het feitelijke injectieproces duurt minder dan 60 seconden Dit wordt bij alle rijpe en normaal uitziende eicellen gedaan.
In geval van bevruchting vindt net als bij de 'gewone' IVF-behandeling de terugplaatsing plaats. risico’sVoor een ICSI behandeling zelf bestaan dezelfde risico's voor de vrouw als bij een 'gewone' IVF-behandeling. Omdat de behandeling minder lang bestaat dan de IVF-behandeling zijn er minder gegevens bekend zijn over de lange termijn effecten op het nageslacht. Aangezien er bij ICSI één zaadcel wordt geselecteerd, is er geen sprake meer van natuurlijke selectie. Bij ICSI kiest men altijd een normaal uitziende zaadcel, maar of dit "de beste" is, valt niet te zeggen. Op de juiste manier uitgevoerd lijkt de eicel verder geen nadelige effecten te ondervinden van het aanprikken. Inmiddels zijn tienduizenden kinderen geboren na een ICSI behandeling. Op dit moment tonen de meeste onderzoeken aan dat ICSI-kinderen geen verhoogde kans hebben op een aangeboren afwijking dan op andere wijze verwekte kinderen. Wel is er een geringe verhoogde kans (1%) op chromosoomafwijkingen bij het kind, naast de kans (±3%) op de overdracht van afwijkingen die gebonden zijn aan het mannelijke geslachtschromosoom (Y-chromosoom) en die veelal de oorzaak van het vruchtbaarheidsprobleem zijn bij de man. Ten aanzien van de verstandelijke ontwikkeling beschrijft één onderzoek bij ICSI-jongens een geringe achterstand op 1-jarige leeftijd. Andere onderzoeken bevestigen deze bevindingen niet. Verder onderzoek naar ICSI kinderen zal meer informatie moeten opleveren. Vooralsnog is er overeenstemming dat de ontwikkelingen van ICSI nakomelingen vergelijkbaar is met IVF nakomelingen. Wanneer er een zwangerschap ontstaat met behulp van ICSI, dan heeft u – ongeacht uw leeftijd- de mogelijkheid om chromosoomonderzoek bij het kind te verrichten. Dit kan zowel vóór (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) als na de geboorte (navelstrengbloed) plaatsvinden. Dit kunt u met uw gynaecoloog bespreken. Dit heeft te maken met het feit dat ICSI nog relatief nieuw is en er nog niet zoveel gegevens bekend zijn als over de reguliere IVF. |
|
||
© Copyright 2011 Merck Sharp Dohme Corp., een dochteronderneming van Merck Co., Inc., Whitehouse Station, N.J., U.S.A. |
||