woordenlijst

A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z

Abortus Incompletus

Een niet-complete miskraam, waarbij de zwangerschap niet in zijn geheel naar buiten komt.

terug naar start   sluit venster

Adhesie

Vergroeiing, verkleving.

terug naar start   sluit venster

Agglutinatie

Samenklontering van zaadcellen, waardoor de beweeglijkheid van zaadcellen wordt beperkt.

terug naar start   sluit venster

Agonist

Chemische stof die de werking van een natuurlijk hormoon kan nabootsen gelijksoortige reacties op natuurlijke hormoonfuncties in het lichaam kan opwekken.

terug naar start   sluit venster

Amenorroe

Medische aanduiding voor het uitblijven van de menstruatie gedurende zes maanden of langer.

terug naar start   sluit venster

Androgenen

Mannelijke geslachtshormonen die worden geproduceerd door de zaadballen van de man en door de bijnieren van de vrouw.

terug naar start   sluit venster

Anovulatie

Medische aanduiding van een verstoring van de maandelijkse ovulatie.

terug naar start   sluit venster

Anovulatoire Bloeding

Bloeding die optreedt tijdens anovulatoire cycli. Het bloeden wordt veroorzaakt door schommelingen in de oestrogeenconcentraties.

terug naar start   sluit venster

Antigeen

Eiwit of koolhydraat (in toxische vorm of als enzym) dat een afweerreactie kan opwekken.

terug naar start   sluit venster

Anti-hormoon

Een synthetisch hormoon dat de aanmaak van eigen hormonen beïnvloedt.

terug naar start   sluit venster

Antistof

Chemische stof die natuurlijk door het afweersysteem van het lichaam wordt aangemaakt en het afweersysteem helpt bij de bestrijding van bacteriën en lichaamsvreemde stoffen.

terug naar start   sluit venster

ART - Geassisteerde Voortplantingstechnieken (assisted reproductive technologies)

Medische vruchtbaarheids behandelingen waarbij eicel en zaadcel kunstmatig (dichter) bij elkaar worden gebracht om de kans op zwangerschap te vergroten. Voorbeelden van ART-procedures zijn IUI, ICSI en IVF.

terug naar start   sluit venster

Asthenospermie

Verminderde beweeglijkheid van de zaadcellen.

terug naar start   sluit venster

Auto-immuunziekte

Aandoening waarbij het immuunsysteem van het lichaam reageert op eigen lichaamsweefsel.

terug naar start   sluit venster

Azoöspermie

Aandoening waarbij er geen spermacellen aanwezig zijn in de zaadvloeistof.

terug naar start   sluit venster

Baarmoederhals (cervix)

Dat deel van de baarmoeder dat overgaat in de vagina.

terug naar start   sluit venster

Baarmoederhalsslijm

Slijm afscheiding van de baarmoederhals waarvan de samenstelling verandert tijdens de cyclus.

terug naar start   sluit venster

Baarmoedermond

Onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina (schede) zichtbaar is.

terug naar start   sluit venster

Basale lichaamstemperatuur

De lichaamstemperatuur bij het ontwaken ‘s ochtends.

terug naar start   sluit venster

Bèta HCG Test

Onderzoeksmethode waarbij de hoeveelheid zwangerschapshormoon (bete-HCG) in het bloed wordt bepaald om een zwangerschap in een zeer vroeg stadium te ontdekken. Of om de voortgand hiervan te volgen.

terug naar start   sluit venster

Bevruchting

Geslaagde samensmelting van zaadcel en eicel.

terug naar start   sluit venster

Blastocyste

Embryo in een gevorderd ontwikkelingsstadium, met de cellen waaruit later de foetus ontstaat.

terug naar start   sluit venster

BTC

Basale temperatuurscurve.

terug naar start   sluit venster

Buitenbaarmoederlijke Zwangerschap (extra-uteriene graviditeit of EUG)

Zwangerschap waarbij het vruchtje zich buiten de baarmoeder heeft ingenesteld en ontwikkelt, meestal in een eileider.

terug naar start   sluit venster

Cervixcerclage

Procedure waarbij bij cervixinsufficiëntie een bandje om de baarmoederhals wordt aangebracht om te voorkomen dat deze zich opent en zo een miskraam veroorzaakt.

terug naar start   sluit venster

Cervixinsufficiëntie

Baarmoederhals met onvolledige sluiting gedurende de gehele zwangerschap. Resulteert vaak in vroeggeboorte en miskraam.

terug naar start   sluit venster

Chocoladecyste

Een holte in de eierstok die gevuld is met oud bloed (ook wel endometrioom genoemd). Komt vaak voor bij aantasting van de eierstok door endometriose.

terug naar start   sluit venster

Chromosoom

Drager van de erfelijke informatie van een persoon, in de vorm van DNA (desoxyribonucleïnezuur).

terug naar start   sluit venster

Chromosoom-afwijking

Afwijking in de rangschikking van de genen op de chromosomen, of een afwijking van het aantal chromosomen.

terug naar start   sluit venster

Cilia

De trilhaartjes in de eileiders. De cilia bevorderen de beweging van de eicel of van het embryo naar de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Clomid®

Merknaam van het vruchtbaarheidsmedicijn clomifeencitraat.

terug naar start   sluit venster

Clomifeen®

Meest voorgeschreven vruchtbaarheidsmedicijn. Clomifeen wordt oraal ingenomen om de ovulatie op te wekken of te stimuleren.

terug naar start   sluit venster

Corpus Luteum

Wordt ook wel geel lichaam genoemd. Het is de rest van het eiblaasje dat overblijft na de eisprong. Het maakt progesteron aan (gedurende de tweede helft van de menstruatiecyclus tot in de vroege zwangerschap).

terug naar start   sluit venster

Cryo

Ingevroren.

terug naar start   sluit venster

Cryopreservatie

Invriesmethode voor het bewaren van embryo’s, zaadcellen en ander weefsel.

terug naar start   sluit venster

Curettage

Kleine operatie waarbij de gynaecoloog de baarmoeder via de vagina met een slangetje leegzuigt of met een curette (soort lepeltje) schoonmaakt.

terug naar start   sluit venster

Cyclus

De periode van het begin van de menstruatie tot het begin van de volgende menstruatie.

terug naar start   sluit venster

Cyclusanalyse

Het echoscopisch volgen van de ontwikkeling van het eiblaasje.

terug naar start   sluit venster

Cyste

Een holte (bv in de eierstok) gevuld met vocht.

terug naar start   sluit venster

DES (diëthylstilbestrol)

Synthetische hormoon wat vroeger werd voorgeschreven om een miskraam te voorkomen en wat bij sommige kinderen (met name bij dochters) van vrouwen die het middel tijdens de zwangerschap hadden gebruikt afwijkingen aan de voortplantingsorganen veroorzaakte.

terug naar start   sluit venster

DNA (desoxyribonucleïnezuur)

Materiaal waaruit chromosomen zijn opgebouwd en dat de genetische code bevat.

terug naar start   sluit venster

Dominante Follikel

De follikel die zich in die maand verder uitrijpt en van waaruit (bij de eisprong) een eitje vrijkomt.

terug naar start   sluit venster

Draagmoeder

Vrouw die ervoor kiest om zwanger te worden en een kind te dragen voor een ander paar. Het zaad van de man en de eicel van de vrouw of van de draagmoeder worden gebruikt, maar soms ook donorsperma en donoreicellen van derden.

terug naar start   sluit venster

Draagmoederschap

Hierbij voldraagt een vrouw een zwangerschap voor een ander persoon of voor andere paren, waarbij de zwangerschap door middel van IVF tot stand is gekomen.

terug naar start   sluit venster

Dreigende Miskraam

Bloedverlies bij een jonge zwangerschap.

terug naar start   sluit venster

Ductus Deferens (vas deferens)

Kanaaltje dat de bijbal (epididymis,waar het zaad is opgeslagen) met de urinebuis verbindt.

terug naar start   sluit venster

Dysmenorroe

Pijn tijdens de menstruatie.

terug naar start   sluit venster

Dyspareunie

Pijn tijdens het vrijen bij de man of de vrouw.

terug naar start   sluit venster

E2

Afkorting voor het hormoon oestradiol.

terug naar start   sluit venster

Echo (grafie)

Oonderzoek met behulp van geluidsgolven dat een afbeelding geeft van de baarmoeder en eierstokken; dit onderzoek kan zowel via de buik (bij volle blaas) als via de vagina (bij lege blaas) worden uitgevoerd.

terug naar start   sluit venster

Eicel

De vrouwelijke voortplantingscel. Ook wel ovum of oöcyt genoemd.

terug naar start   sluit venster

Eiceldonatie

Donatie van een eicel aan een andere vrouw, waarbij deze eicel door middel van een IVF-methode wordt bevrucht en teruggeplaatst bij deze andere vrouw in de hoop dat ze zwanger wordt.

terug naar start   sluit venster

Eierstok

Geslachtsklier die de vrouwelijke eicel en het vrouwelijk hormoon produceert.

terug naar start   sluit venster

Eileiders (tubae)

Buisvormige structuren die aan twee zijden in de baarmoeder ontspringen en waarbij de trechtervormige uiteinden na de eisprong de eicel uit de eierstok opvangen en vervoeren. Goed functionerende eileiders zijn noodzakelijk voor een natuurlijke bevruchting.

terug naar start   sluit venster

Ejaculatie

Zaadlozing.

terug naar start   sluit venster

Embryo

Ongeboren vruchtje in vroeg stadium van de zwangerschap, van de bevruchting tot de derde maand van de zwangerschap.

terug naar start   sluit venster

Embryoloog

Specialist in de embryologie.

terug naar start   sluit venster

Embryotransfer

Het tijdens een Ivf procedure terugplaatsen van een embryo in de baarmoeder van een vrouw.

terug naar start   sluit venster

Endometriose

Baarmoederslijmvlies dat voorkomt op een andere plaats dan aan de binnenkant van de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Endometritis

Ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometrium).

terug naar start   sluit venster

Endometrium

Slijmvlies dat de binnenzijde van de baarmoeder bekleedt.

terug naar start   sluit venster

Endometriumbiopsie

Verwijdering van een stukje weefsel uit de binnenbekleding van de baarmoeder voor microscopisch onderzoek.

terug naar start   sluit venster

Epididymitis

Ontsteking van de epididymis (bijbal). Veroorzaakt soms onvruchtbaarheid bij de man.

terug naar start   sluit venster

ET Embryo Transfer

Het terugplaatsen van het embryo in de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Extra-uteriene Graviditeit

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vaak afgekort als EUG.

terug naar start   sluit venster

Fertiliteit (vruchtbaarheid)

De mogelijkheid voor een man of vrouw om zwanger te worden.

terug naar start   sluit venster

Fimbria

Vingervormige uitsteeksels aan het uiteinde van de eileider, tegen de eierstok aan. De fimbria vangen de eicel na de ovulatie op en transporteren deze naar de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Foetus

De ontwikkelende vrucht vanaf de derde zwangerschapsmaand tot aan de geboorte.

terug naar start   sluit venster

Folliculaire Fase

Eerste helft van de cyclus, tussen menstruatie en eisprong. Deze fase duurt normaal tussen 12 en 14 dagen.

terug naar start   sluit venster

Follikel

Een kleine met vocht gevulde holte in de eierstok waarin zich een eitje bevindt.

terug naar start   sluit venster

FSH (follikelstimulerend hormoon)

Hypofysehormoon dat de follikelrijping bij de vrouwen en de zaadvorming bij mannen stimuleert.

terug naar start   sluit venster

Gameet

Voortplantingscel. (de zaadcel van de man of de eicel van de vrouw).

terug naar start   sluit venster

Genen

De bouwstenen van de chromosomen binnen het DNA.

terug naar start   sluit venster

GIFT (gamete intrafallopian transfer)

Samenbrengen van eicellen en zaadcellen buiten het lichaam (in vitro) voor bevruchting, waarna ze onmiddellijk in de eileiders worden teruggeplaatst in de hoop op bevruchting en zwangerschap.

terug naar start   sluit venster

GnRH (gonadotropin-releasing hormone)

Gonadotrofine Releasing Hormoon - LHRH Hormoon dat door de hypothalamus wordt geproduceerd en regulerend werkt op de aanmaak en afgifte van gonadotrofinen door de hypofyse.

terug naar start   sluit venster

Gonaden

De organen die de geslachtscellen en -hormonen produceren. Bij mannen zijn dat de zaadballen, bij vrouwen de eierstokken.

terug naar start   sluit venster

Gonadotrofinen

Tot de gonadotrofinen behoren FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon). Bij vrouwen stimuleren deze hormonen de eierstokken, bij mannen de zaadbalfunctie.

terug naar start   sluit venster

Habituele Abortus

Zich herhalende spontane abortus, meestal twee keer of vaker achtereen.

terug naar start   sluit venster

HCG (humaan chorion gonadotrofine)

Het zwangerschapshormoon dat in de zwangerschap wordt geproduceerd HCG kan ook als medicijn worden gebruikt om de eisprong op te wekken.

terug naar start   sluit venster

Hirsutisme

Overmatige haargroei.

terug naar start   sluit venster

HMG (humaan menopauzaal gonadotrofinehormoon)

Humaan Menopauzaal Gonadotrofine; zorgt voor eicel rijping. Het luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH) uit de urine van postmenopauzale vrouwen. Wordt gebruikt bij sommige vruchtbaarheidsbehandelingen.

terug naar start   sluit venster

Hormoon

Door een klier geproduceerde stof die via de bloedbaan een specifiek doelorgaan bereikt en daar een stimulerend effect heeft.

terug naar start   sluit venster

HSG (hysterosalpingogram)

Röntgenonderzoek van de baarmoeder en eileiders met behulp van een contrastmiddel.

terug naar start   sluit venster

Hydrosalpinx

Afgesloten eileider waarin zich vocht heeft opgehoopt

terug naar start   sluit venster

Hyperstimulatie

Het door middel van medicijnen stimuleren van de eierstokken tot productie van meerdere eicellen.

terug naar start   sluit venster

Hypofyse

Kliertje vlak onder de hersenen dat onder meer de functie van de geslachtsorganen regelt.

terug naar start   sluit venster

Hysteroscopie

Een onderzoek waarbij de gynaecoloog met een dun buisje - die via de vagina en het baarmoederhalskanaal wordt ingebracht - in de baarmoeder kan kijken.

terug naar start   sluit venster

ICSI (intracytoplasmatische sperma-injectie)

Procedure waarbij één zaadcel in één eicel wordt gebracht.

terug naar start   sluit venster

IM

Intra Musculair; in de spier.

terug naar start   sluit venster

Infertiliteit

Onvruchtbaarheid.

terug naar start   sluit venster

Innesteling

Van innesteling is sprake op het moment dat de bevruchte eicel zich hecht aan de baarmoederwand, wat in zwangerschap resulteert. Innesteling kan plaatsvinden tussen vijf en tien dagen na eisprong of terugplaatsing (IVF).

terug naar start   sluit venster

IUI (intra-uteriene inseminatie)

Kunstmatige inseminatie van zaadcellen in de baarmoederholte.

terug naar start   sluit venster

IV

Intra Veneus; in de ader.

terug naar start   sluit venster

IVF (in-vitrofertilisatie)

Geassisteerde voortplantingstechniek waarbij eicellen uit de eierstokken worden verwijderd en in het laboratorium bij de zaadcellen worden gebracht. Uit een bevruchte eicel ontstaat een embryo. Het embryo wordt vervolgens in de baarmoeder teruggeplaatst in de hoop dat er een zwangerschap volgt.

terug naar start   sluit venster

Klinefelter-syndroom

Erfelijke afwijking van de man die onder andere onvruchtbaarheid kan veroorzaken. Kenmerkend voor dit syndroom zijn twee X-chromosomen (een teveel) en één Y-chromosoom.

terug naar start   sluit venster

Laparoscopie

Een operatie waarbij de gynaecoloog met een kijkbuis via de buikwand in de buikholte kijkt.

terug naar start   sluit venster

Laparotomie

Operatie via een snede in de buikwand.

terug naar start   sluit venster

Late Miskraam

Het verlies van een zwangerschap na de vierde maand maar voor de levensvatbare periode.

terug naar start   sluit venster

LH (luteïniserend hormoon)

Hormoon dat vóór de ovulatie door de hypofyse wordt afgegeven.

terug naar start   sluit venster

LH-piek (“surge”)

Afgifte van het luteïniserend hormoon vlak voor de ovulatie. LH zorgt voor de laatste uitrijping waarbij de rijpe eicel los komt van de folliklewand.

terug naar start   sluit venster

Luteale Fase

Tweede helft van de cyclus, tussen eisprong en menstruatie De luteale fase duurt normaal circa 10-16 dagen. Tijdens deze fase van de cyclus wordt progesteron afgegeven, wat noodzakelijk is voor een eventuele innesteling van de bevruchte eicel.

terug naar start   sluit venster

Lutealefasedefect (LPD)

De binnenbekleding van de baarmoeder ontwikkelt zich niet op de juiste manier en wordt daardoor ongeschikt voor innesteling.

terug naar start   sluit venster

Mannelijke Subfertiliteit

Verminderde vruchtbaarheid bij de man.

terug naar start   sluit venster

Masturbatie

Zelfbevrediging.

terug naar start   sluit venster

Menopauze

De periode na de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar).

terug naar start   sluit venster

Menstruatie

Maandelijkse bloeding uit de vagina (schede).

terug naar start   sluit venster

Morfologie

Term die de vorm beschrijft. Een zaadcel met een slechte morfologie is misvormd en vaak niet tot bevruchting in staat.

terug naar start   sluit venster

Motiliteit

Andere term voorde beweeglijkheid van de zaadcellen.

terug naar start   sluit venster

MRI

Afkorting van magnetische resonantie imaging, een onderzoek dat gebruik maakt van magnetische velden om een afbeelding te maken. Bij een te hoge prolactine spiegel wordt soms een MRI scan van de hersenen verricht om een goedaardig gezwel van de hypofyse uit te sluiten.

terug naar start   sluit venster

Mucus

Slijm (van de baarmoederhals).

terug naar start   sluit venster

Myomectomie

Operatieve procedure waarbij een vleesboom (myoom) verwijderd wordt.

terug naar start   sluit venster

Myoom (vleesboom)

Een goedaardige spierknobbel die uitgaat van de wand van de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Nidatie

Innesteling van een bevrucht eitje.

terug naar start   sluit venster

Occlusie

Verstopping of afsluiting.

terug naar start   sluit venster

Oestradiol

Vrouwelijk hormoon die door de eierstok wordt geproduceerd.

terug naar start   sluit venster

Oestrogeen

Belangrijkste vrouwelijke geslachtshormoon dat in de eierstok gemaakt wordt tijdens de vruchtbare levensfase.

terug naar start   sluit venster

OFO

Oriënterend Fertiliteits onderzoek.

terug naar start   sluit venster

OHSS

Ovarieel hyperstimulatie syndroom. Serieuze complicatie van sommige vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals IVF) waarbij er door de vruchtbaarheidsmedicijnen een te heftige stimulatie van de eierstokken optreedt(overstimulatie van de eierstokken).

terug naar start   sluit venster

Oligomenorroe

Cyclus die langer dan zes weken duurt.

terug naar start   sluit venster

Oligozoöspermie

Het semen bevat slechts een geringe hoeveelheid zaadcellen.

terug naar start   sluit venster

Oöcyt

Eicel.

terug naar start   sluit venster

Overgang

De periode rond de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar).

terug naar start   sluit venster

Overstimulatie

Complicatie van een behandeling met vruchtbaarheidsmedicijnen waarbij de eierstokken te heftig reageren en hierdoor onder andere te veel eicellen produceren en vergroot worden.

terug naar start   sluit venster

Ovulatie

Eisprong.

terug naar start   sluit venster

Ovulatie-inductie

Medische behandeling om door middel van medicijnen de eisprong op te wekken.

terug naar start   sluit venster

Ovum

Eicel.

terug naar start   sluit venster

PCO-syndroom (polycysteusovariumsyndroom)

Ook wel aangeduid als ‘Stein-Leventhal-syndroom’. Mogelijke oorzaak van verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw waarbij een verstroorde hormonenbalans leidt tot specifieke kenmerken waaronder vaak het een ontbreken van ovulatie. Het PCO-syndroom kan ook zonder uiterlijk zichtbare symptomen optreden.

terug naar start   sluit venster

PCT

Post coitumtest.

terug naar start   sluit venster

PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek)

Onderzoek op erfelijke aandoeningen bij een embryo met vier of acht cellen voordat het embryo wordt teruggeplaatst in de baarmoeder. PGD is nuttig bij het opsporen van erfelijke afwijkingen en voor het overbrengen van een normaal embryo naar de baarmoeder.

terug naar start   sluit venster

Poliep

Een gezwelletje dat in de baarmoederholte groeit; bijna altijd is het goedaardig.

terug naar start   sluit venster

Portio

Baarmoedermond, het onderste deel van de baarmoeder dat in de schede uitmondt.

terug naar start   sluit venster

Post Coitumtest

(PCT) Samenlevingstest, test die bij vruchtbaarheidsonderzoek kan worden gebruikt om na gemeenschap de interactie tussen zaadcellen en baarmoederhalsslijm te onderzoeken.

terug naar start   sluit venster

Progesteron

Hormoon dat na de eisprong tijdens de tweede helft (luteale fase) van de menstruatiecyclus wordt geproduceerd. Bevordert de verdikking van de bekleding van de baarmoederwand als voorbereiding op de innesteling van een bevruchte eicel.

terug naar start   sluit venster

Prolactine

Hormoon dat de melkproductie stimuleert bij lacterende moeders (moeders die de borst geven).

terug naar start   sluit venster

Punctie

Weefselextractie door wegzuigen, bij procedures als eicelpunctie tijdens een IVF-procedure of cystenpunctie uit een eierstok.

terug naar start   sluit venster

Retrograde Ejaculatie

Zaadvloeistof stroomt terug in de blaas, en wordt dus niet door de urinebuis gestuwd. Een oorzaak van onvruchtbaarheid bij de man.

terug naar start   sluit venster

Salpingectomie

Operatieve verwijdering van de eileiders.

terug naar start   sluit venster

Salpingitis

Ontsteking of infectie van één of beide eileiders.

terug naar start   sluit venster

Salpingolyse

Operatieve verwijdering van verklevingen rond de eileiders.

terug naar start   sluit venster

Salpingostomie

Operatieve insnijding in de eileiders, om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap te verwijderen of een verstopte eileider weer te openen.

terug naar start   sluit venster

Salpingotomie

Operatieve insnijding in de eileiders, om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap te verwijderen of een verstopte eileider weer te openen.

terug naar start   sluit venster

Scrotum (balzak)

Zak van huid en dun spierweefsel die de zaadballen omsluit.

terug naar start   sluit venster

Secundaire Onvruchtbaarheid

Onvruchtbaarheid bij een man of vrouw die reeds een kind hebben.

terug naar start   sluit venster

Semen (sperma, zaad)

Het vocht dat tijdens de ejaculatie door de zaadballen, zaadblaasjes en prostaat wordt afgegeven, gemaakt Septum (tussenschot). Het afwijkende weefsel dat de baarmoeder in tweeën deelt.

terug naar start   sluit venster

Sertoli-cellen

De cellen in de zaadbal die de productie van spermacellen bevorderen.

terug naar start   sluit venster

SPA (sperm penetration assay)

Methode waarbij menselijke zaadcellen bij eicellen van hamsters worden gebracht om de fertiliteit van het sperma te bepalen.

terug naar start   sluit venster

Speculum (eendebek)

Instrument om de schede en baarmoedermond te bekijken.

terug naar start   sluit venster

Sperma (‘wassen’)

Techniek voor het scheiden van de zaadvloeistof en het sperma.

terug naar start   sluit venster

Sperma-analyse

Kwaliteitsonderzoek van het sperma.

terug naar start   sluit venster

Sperma-antistoffen

Chemische stoffen die een ‘vijandige’ omgeving in het baarmoederslijmvlies creëren. In deze omgeving kunnen de zaadcellen zich niet voortbewegen, zodat ze dus geen eicel kunnen bevruchten.

terug naar start   sluit venster

Spermabank

Hier wordt sperma verzameld en ingevroren voor later gebruik door twee partners, of voor donatie bij ART’s.

terug naar start   sluit venster

Spermacel

Mannelijke voortplantingscel of gameet.

terug naar start   sluit venster

Spermacellevensvatbaarheid

Geeft aan of de zaadcel wel of niet leeft.

terug naar start   sluit venster

Spermacelmorfologie

Vorm van de afzonderlijke zaadcel.

terug naar start   sluit venster

Spermadichtheid

Aantal zaadcellen per milliliter of cc. Motiliteit (beweeglijkheid), morfologie, het aantal zaadcellen en de levensvatbaarheid kunnen worden bepaald.

terug naar start   sluit venster

Spermamotiliteit

Percentage zaadcellen dat naar buiten zwemt.

terug naar start   sluit venster

Spermatocyt

Nog onvolgroeide zaadcel.

terug naar start   sluit venster

Spermatogenese

Productie van sperma binnen de tubuli seminiferi.

terug naar start   sluit venster

Spermatozoön

Mannelijke voortplantingscel of gameet. Kortweg ‘spermacel’ genoemd.

terug naar start   sluit venster

Spinnbarkeit

Gebruikt bij postcoïtum onderzoek (PCT) om de rekbaarheid van het baarmoederslijmvlies te testen.

terug naar start   sluit venster

SPM Test

Laboratoriumonderzoek van zaad en baarmoederhalsslijm.

terug naar start   sluit venster

Spontane Abortus

Miskraam.

terug naar start   sluit venster

Stein-Leventhal Syndroom

Oorzaak van onvruchtbaarheid als gevolg van een overschot aan androgenen, kleine cysten op de eierstokken en uitblijven van ovulatie. De symptomen zijn zwaarlijvigheid of gewichtstoename, acne, extreme haargroei en amenorroe. Het Stein-Leventhal-syndroom kan ook zonder uiterlijk zichtbare symptomen optreden.

terug naar start   sluit venster

Subfertiliteit

Onvermogen van een man en vrouw om een zwangerschap bij de vrouw te bereiken, na één jaar gemeenschap zonder voorbehoedmiddel.

terug naar start   sluit venster

Teratospermie

Zaadcellen met afwijkende vorm.

terug naar start   sluit venster

Testikelbiopsie

Operatieve verwijdering van zaadbalweefsel om te bepalen of de cellen normaal sperma kunnen produceren of om eventuele tumoren op te sporen.

terug naar start   sluit venster

Testikeltorsie

Stoornis waarbij de zaadbal gedraaid raakt, zodat de bloedtoevoer plaatselijk wordt afgesneden.

terug naar start   sluit venster

Testosteron

Mannelijk hormoon.

terug naar start   sluit venster

TET (tubal embryo transfer)

Vorm van in-vitrofertilisatie (IVF) waarbij het embryo in de eileider wordt gebracht.

terug naar start   sluit venster

Transvaginale (echogeleide) Punctie

Techniek bij in-vitrofertilisatie (IVF) voor het oogsten of opzuigen van de eicellen.

terug naar start   sluit venster

Tubaligatuur

Procedure voor het operatief afbinden of blokkeren van de eileiders bij sterilisatie van een vrouw.

terug naar start   sluit venster

Tubaplastiek

Operatie voor het herstellen van een afwijking aan de eileiders welke onvruchtbaarheid veroorzaakt.

terug naar start   sluit venster

Tubuli Seminiferi

Kanaaltjes in de zaadballen die sperma produceren.

terug naar start   sluit venster

Tumor

Goed- of kwaadaardige weefseluitgroei.

terug naar start   sluit venster

Turner-syndroom

Erfelijke afwijking bij vrouwen waarbij de eierstokken niet functioneren doordat er een chromosoom ontbreekt.

terug naar start   sluit venster

Ultrasonografie

Beeldvormend onderzoek voor het zichtbaar maken van inwendige organen door middel van het gebruik van hoogfrequente geluidsgolven. Bij vruchtbaarheidsbehandelingen is echografie een hulpmiddel bij het controleren van de follikelrijping en het opsporen van afwijkingen zoals cysten. Deze procedure wordt ook wel ‘echografie’ genoemd.

terug naar start   sluit venster

Urethra (plasbuis)

Deze voert de urine van de blaas af.

terug naar start   sluit venster

Urethra (urinebuis)

De buis die urine afkomstig uit de blaas uitdrijft.

terug naar start   sluit venster

Uterus

Voortplantingsorgaan bij de vrouw dat de ongeboren vrucht beschermt en waarin deze tot aan de geboorte tot ontwikkeling komt en gevoed wordt. De baarmoeder

terug naar start   sluit venster

Uterus Bicornis (tweehoornige baarmoeder)

Medische aanduiding van een baarmoederafwijking waarbij de baarmoeder in twee helften is verdeeld.

terug naar start   sluit venster

Uterus Septus (uterus bilocularis)

Afwijking van de baarmoeder waarbij deze in twee helften is gedeeld door een tussenschot (septum).

terug naar start   sluit venster

Uterus Unicornis

Afwijking waarbij slechts één helft van de baarmoeder zich ontwikkelt en de baarmoeder kleiner is dan normaal.

terug naar start   sluit venster

Vagina

Geboortekanaal bij de vrouw dat de uitwendige en inwendige geslachtsorganen met elkaar verbindt. schede.

terug naar start   sluit venster

Vaginaal

Via de schede.

terug naar start   sluit venster

Vasectomie

Operatieve sterilisatie van de man door afbinden of dichtbranden van de ductus deferens.

terug naar start   sluit venster

Vasogram

Röntgenonderzoek van de ductus deferens.

terug naar start   sluit venster

Verkleving

Littekenweefsel dat een verbinding vormt tussen organen in de buikholte. Verklevingen zijn abnormale verbindingen. Ze worden veroorzaakt door infecties, ontstekingen of eerdere operatieve ingrepen.

terug naar start   sluit venster

Vijandig Slijm

Slijm in de baarmoederhals dat de natuurlijke beweging van zaadcellen via het baarmoederhalskanaal verhindert.

terug naar start   sluit venster

Vleesboom

Myoom.

terug naar start   sluit venster

Zaadbal (testikel)

Gonade van de man, die sperma en mannelijke geslachtshormonen produceert.

terug naar start   sluit venster

Zaadblaasjes

De twee kliertjes onder de blaas die de zaadvloeistof produceren.

terug naar start   sluit venster

Zaadvloeistof (ejaculaat)

Het vocht met de zaadcellen dat bij het orgasme wordt uitgestoten.

terug naar start   sluit venster

Ziekte van Crohn

Ontstekingachtige aandoening van de dunne darm.

terug naar start   sluit venster

ZIFT (zygote intrafallopian transfer)

Vorm van in-vitrofertilisatie (IVF) waarbij het bevruchte eitje in de eileider wordt gebracht.

terug naar start   sluit venster

Zona Pellucida (eicelschil)

Beschermend omhulsel van de eicel.

terug naar start   sluit venster

Zygoot

Bevruchte eicel.

terug naar start   sluit venster