Deze website helpt mij gesprekken met mijn dokter voor te bereiden:
 
stuur deze pagina naar een vriend(in)klik hier om de woordenlijst te openenklik hier om deze pagina te printen

het mannelijk lichaam

Het mannelijke voortplantingssysteem bestaat uit drie hoofdonderdelen:

  • Testikels
  • Bijbal
  • Zaadleider
mannelijk lichaam

zaadballen (testes)

De twee zaadballen (testikels), per stuk gewoonlijk vier tot vijf centimeter lang, die zich bevinden in het scrotum (een spierstructuur met meerdere lagen die de testikels beschermt en helpt om de temperatuur te regelen). De testikels hebben twee zeer belangrijke functies, die beide essentieel zijn voor de normale mannelijke vruchtbaarheid: de eerste is de productie van het mannelijke hormoon testosteron en de tweede de productie van zaadcellen (spermacellen). De ontwikkeling van de spermacel begint in de testikels. Van daaruit gaan ze naar de bijbal, waar ze tot rijping komen en worden bewaard (tot er een zaadlozing plaatsvindt).

bijbal (epididymis)

De bijbal (epidydimis) is een lange, nauwe spiraalvormige buis onder een omhulsel van bindweefsel. Uitgerold zou de bijbal ongeveer zes meter lang zijn. De bijballen bevinden zich aan de achterkant van de testikels en zijn verdeeld in een kop, lichaam en staart. Hier ondergaan de spermacellen hun uiteindelijke ontwikkeling en rijping en worden ze bewaard tot ze beschikbaar worden gesteld voor de zaadlozing (ejaculatie). Van de bijbal gaan de zaadcellen naar de zaadleider, ook bekend als de zaadstreng.

zaadleider (vas deferens)

De zaadleider heeft eveneens een lange, buisvormige structuur die de bijbal (waar de spermacellen worden bewaard) verbindt met de urinebuis (waardoor het sperma worden uitgestoten). Hoewel de urinebuis ook urine loost, is er een klep die de uitstroom van sperma en urine regelt. Tijdens de ejaculatie stroomen de zaadcellen uit de bijballen door de zaadleider in de urinebuis. Terwijl de spermacellen via de penis het lichaam verlaten , voegen de prostaat en andere klieren seminale vloeistof toe. Het geheel van spermacellen en seminale vloeistof wordt sperma genoemd.

Bij sterilisatie van de man worden deze zaadleiders beiderzijds doorgenomen zodat er geen zaadcellen meer in de urinebuis kunnen komen en waardoor de zaadlozing daarna geen zaadcellen meer bevat.

zaadcellen (spermatozoïden)

De zaadlozing bevat voornamelijk vocht afkomstig uit de prostaat en de zaadvloeistofbaasjes. Elke normale zaadlozing (ejaculaat) bevat daarnaast miljoenen zaadcellen. Zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de zaadcellen zijn bepalend voor de kans op bevruchting. In het laboratorium kan het ejaculaat worden onderzocht op onder andere de volgende kenmerken:

  • Volume zaadlozing (aantal milliliters, 2 - 5 ml)
  • Concentratie zaadcellen (aantal/ml)
  • Beweeglijkheid van de zaadcellen
  • Aantal levende zaadcellen
  • Uiterlijk van de zaadcellen
  • Samenklontering van zaadcellen

De Wereld Gezondheids Organsatie (WHO) heeft criteria opgesteld voor een “normale” uitslag (normospermie).

normale mannelijke voortplantingsfysiologie

De productie van sperma is een zeer gecompliceerd proces dat begint tijdens de puberteit en dat bij gezonde mannen tot de dood voortduurt. De zaadcelproductie begint in de testikels en wordt geregeld door verschillende hormonen. Deze hormonen worden geregeld door de hypothalamus en de hypofyse in de hersenen. 

De hypothalamus regelt de hormonale activiteit van de hypofyse door afscheiding van het gonadotrofinehormoon (Gonadotropin-Releasing Hormone - GnRH). Dit hormoon regelt de productie van de gonadotrofinen, follikelstimulerend hormoon (Follicle-Stimulating Hormone - FSH) en luteïniserend hormoon (Luteinizing Hormone - LH) door de hypofyse. LH activeert de productie van testosteron (een hormoon nodig voor de zaadcelproductie). FSH activeert tevens hormonen die helpen bij de zaadcelproductie. Naast de zaadcelproductie is testosteron ook verantwoordelijk voor de potentie, de mannelijke beharing en spiergroei.

Van begin tot eind duurt de productie van zaadcellen ongeveer 72 dagen. Zaadcellen brengen de eerste 50 dagen door in de testikels en de laatste 22 tot 24 dagen in de bijbal. In de bijbal rijpt het zaad en krijgt het zijn mobiliteit (de mogelijkheid om te zwemmen). Tijdens seksuele activiteiten wordt sperma geëjaculeerd in het vrouwelijke voortplantingskanaal via de schede en begint het aan een reis (van ongeveer 12 centimeter) door de baarmoederhals en de baarmoeder naar de eileiders, de plaats van de bevruchting. Onderweg zijn er vele holten, plooien of ‘verkeerde afslagen’ die veel van de zaadcellen verhinderen om hun uiteindelijke bestemming te bereiken. Daarom zijn er zoveel zaadcellen nodig voor het bevruchtingsproces.

© 2009 Schering-Plough Corporation